Ook hier denken onze belastingrecht­onderzoekers 
over na

Wetenschap in de praktijk

Fiscalisten staan vaak met één been in de academische wereld en met één been in de praktijk. Want belastingrecht, dat raakt alle facetten van de samenleving. “De praktijk leert mij gerichtere vragen te stellen.”

Afbeelding: 

Naam Sigrid Hemels
Studie een jaar Kunst- en Cultuurwetenschappen daarna Fiscale Economie (1992-1997)
Functies hoogleraar Belastingrecht aan de EUR en fiscalist bij advocatenkantoor Allen & Overy, lid van de Raad van Toezicht van het Prins Bernard Cultuurfonds en het Amsterdam Museum en lid van de Raad van Adviseurs van de Vereniging Rembrandt


Naam Arjen Schep
Studie Fiscaal Recht (1994-1999)
Functies onderzoeker aan de EUR binnen het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL), twee dagen per week gedetacheerd bij de gemeente Amsterdam als fiscaal-juridisch adviseur

Fiscalist Arjen Schep denkt regelmatig na over Amsterdamse rondvaartboten. Het is een van de onderwerpen die hij op zijn bord krijgt bij zijn werk voor de gemeente Amsterdam. Hij is daar voor twee dagen per week gedetacheerd door de Erasmus Universiteit Rotterdam, om preciezer te zijn door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL). “Mijn meerwaarde bij de gemeente Amsterdam is dat ik een brede blik heb op fiscaliteit die verder gaat dan de waan van de dag”, vertelt Schep. “Ik kan bijvoorbeeld de wethouder bedienen met een wetenschappelijk rapport met trends en ontwikkelingen op het terrein van gemeentelijke belastingen.” Zo adviseert hij de gemeente Amsterdam hoe de stad via belastingen duurzaam gedrag kan stimuleren. “Ik denk mee over parkeertarieven, het verlagen van bouwleges om duurzaam bouwen te stimuleren en belastingvoordelen voor groene daken die regenwater moeten opvangen.”En over rondvaart­boten dus. Schep is betrokken bij de vraag hoe Amsterdam de toeristen op die rondvaartboten kan laten betalen voor het gebruik van het grachtenwater. “Rondvaartbootbedrijven halen grote omzetten, terwijl het niet eens hun water is”, legt Schep uit. “Ik denk mee hoe de gemeente via belastingen kan profiteren van rondvaart­boten die gebruik maken van gemeentewater. Ook let ik op de privaatrechtelijke kant: is het bijvoorbeeld mogelijk dat bedrijven op- en afstapplaatsen huren van Amsterdam?” Schep valt daarbij niet alleen terug op de academische vakinhoud, maar ook op een analytische manier van denken die hij als wetenschapper in zich heeft. “Niet iedereen kan een probleem afpellen en op een heldere manier de oplossing opschrijven.” Schep staat met één been in de academische wereld en met één been in de praktijk. Logisch, vindt hij, want belastingrecht, daar heeft iedereen mee te maken. Of het nu gaat om hondenbelasting of inkomstenbelasting. Met het toepassen van zijn juridische kennis in de praktijk wil hij meewerken aan een betere samenleving, vertelt hij. “Misschien dat het met mijn kerkelijke achtergrond te maken heeft, maar een deel van wat mij drijft, is het bijdragen aan een betere en meer rechtvaardige samenleving.”

Hemels ontdekte een fiscale oplossing voor het doneren aan buitenlandse goede doelen

AfriKids
Hij is niet de enige. Ook hoogleraar Belastingrecht Sigrid Hemels combineert haar wetenschappelijke inzichten met activiteiten in de praktijk. Ze werkt bij internationaal advocatenkantoor Allen & Overy en is een adviseur bij verschillende kunstinstellingen. Daar geeft ze bijvoorbeeld lezingen over belastingsubsidies, fiscale regels rond het doneren van kunststukken of het doneren van geld aan culturele instellingen. Haar fiscaal-culturele werkzaam­heden doet ze ‘om niet’. Het past in het pro bono-beleid van Allen & Overy dat medewerkers stimuleert om kennis gratis voor geselecteerde goede doelen ter beschikking te stellen. Zo had het internationale kantoor een relatie met AfriKids, dat zich inzet voor kinderen in Ghana. Maar, constateerde Hemels, omdat AfriKids niet in Nederland was geregistreerd, was er geen giftenaftrek mogelijk voor donerende Nederlandse werknemers van Allen & Overy. Hemels: “Daarom heb ik uitgezocht hoe we AfriKids in Nederland konden registreren, zodat niet alleen onze medewerkers, maar ook andere Nederlandse donateurs konden profiteren van het fiscale voordeel en daardoor meer geld aan AfriKids konden gireren.” Hemels kon haar nieuwe inzichten in het ‘geven over de grens’ ook nog eens gebruiken voor een andere goededoeleninstelling die klant zijn van Allen & Overy. “Dat kwam onze klantrelatie weer ten goede. Bovendien kon ik op de faculteit een promovenda aannemen die verder onderzoek doet naar het doneren aan buitenlandse goede doelen. Zo is de cirkel weer rond.”

Schep denkt mee over parkeer­tarieven en belastingvoordelen voor duurzame, groene daken

Blogs op Twitter
De praktijk heeft dus baat bij de academische kennis van de Erasmus School of Law, maar de universiteit leert ook van de praktijk, zeggen Hemels en Schep. Hemels geeft nog een voorbeeld uit de goededoelenwereld. “Vroeger had een gelddonor vaak geen invloed op wat er met zijn geld gebeurde, bovendien was het geven regelmatig een afhankelijkheidsrelatie. In de praktijk zag ik steeds meer ondernemers doneren die een ondernemender cultuur vragen van goede doelen, zelf ondernemende doelen oprichten en uitgaan van empowerment. Hier heb ik vervolgens een wetenschappelijk artikel over geschreven.” Dat artikel had zijn weerslag vervolgens in de praktijk, omdat de Belastingdienst Hemels mede naar aanleiding daarvan uitnodigde voor een gesprek. Ook Schep verwerkt zijn ervaringen bij de gemeente Amsterdam in wetenschappelijke artikelen. “De praktijk leert mij om voor zulke artikelen veel gerichtere vragen te stellen. Ook wordt het stuk zo veel levendiger dan wanneer ik alleen de theorie zou behandelen.” De vraag is: worden zulke publicaties ook gelezen door vakgenoten in de praktijk? “Absoluut,” zegt Hemels. “Ik krijg regelmatig reacties op mijn artikelen en blogs; ik word uitgenodigd om ergens te komen spreken en ik merk dat blogs het goed doen op Twitter. Ook worden we geciteerd in rechterlijke uitspraken en parlementaire stukken. Het gaat ons er niet allereerst om dat we vaak geciteerd worden door wetenschappelijke tijdschriften, maar dat we écht iets toevoegen aan de samenleving. Dat is ons bestaansrecht.”
Schep: “Inderdaad. Zo is mijn proefschrift opgepakt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ook mijn columns over mijn onderzoeken worden op LinkedIn goed gelezen door collega’s in de praktijk. Dat leidt weer tot uitnodigingen voor lezingen. En de gesprekken die daarop volgen, kunnen weer invloed hebben op wetenschappelijk onderzoek.”

Palestijnse delegatie
Wetenschappelijke inzichten over belastingrecht moeten hun weg vinden naar de dagelijkse praktijk – daar is het ze om te doen, benadrukken de twee fiscalisten. En omdat belastingrechtsregels in ieder land weer anders zijn, is het niet altijd vanzelfsprekend dat ze schrijven voor interna­tionale wetenschappelijke tijdschriften. Toch is er vanuit het buitenland belangstelling voor de verrichtingen van het ESBL. Zo ontving het studiecentrum Japanse en Palestijnse delegaties die wilden leren over lokale heffingen door gemeenten. Schep: “We bekeken met hen bij de Gemeente Rotterdam een computersysteem dat als een soort Google Earth kan inzoomen op ieder pand in de stad. Tik je bijvoorbeeld ‘Nieuwe Binnenweg 52 a’ in, dan krijg je gegevens over de indeling van het pand, de WOZ-waarde, de eigenaar, de bewoner, enzovoorts. Alle informatie zit in dat systeem, heel indrukwekkend. Alle data zijn aan elkaar gekoppeld.” Hemels: “In Japan hebben ze zulke systemen niet. Met Arjens collega, Anneke Monsma, schreef ik er daarom voor een Japanse organisatie een paper over.”

Politiek gevoelig
Synergie tussen wetenschap, praktijk en juridische kennis die via pientere academici z’n weg vindt naar de werkvloer. Het klinkt allemaal prachtig. Toch zijn Sigrid Hemels en Arjen Schep realistisch genoeg om te erkennen dat de praktijk soms weerbarstig is. Schep: “Zo verzocht een ambtenaar mij eens een rapport te herschrijven omdat het politiek gevoelig lag. We zochten naar een oplossing waar we allebei achter konden staan. Mijn conclusie bleef staan, maar ik formuleerde ’m wat minder scherp, zodat er geen politieke rel zou uitbreken.” “En waardoor je uiteindelijk wél bereikt wat je wilt”, vult Hemels aan. “Ik heb ook gemerkt dat het helpt als ik de dingen soms wat subtieler opschrijf. Want het gaat uiteindelijk om het resultaat.” Schep erkent: “Soms is dat frustrerend, maar het is de realiteit waarin je werkt. In een wetenschappelijk artikel kun je vervolgens wél scherp opschrijven wat je wilt. In die zin hebben wij twee uitlaatkleppen: de wetenschap en de praktijk. Dat is ook mooi. Ik wil hier niet vanuit mijn ivoren toren dingen roepen zonder dat ik met mijn laarzen in de modder sta.”

TEKST Sjoerd Wielenga rondde in 2007 de master Media & Journalistiek af aan de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen (nu Erasmus School of History, Culture and Communication).
FOTO amsfrank / Foter / CC BY-SA

Advertentie: